In memoriam Jos van Meurs

In memoriam Jos (Johannes Cornelis) van Meurs
17 november 1925 – 25 augustus 2018

Tekst en foto: Henk Dragstra, met dank aan Liesbeth Verpalen.

Het eerste hoorcollege dat ik in 1964 als eerstejaars bijwoonde was een overzicht van de Engelse literatuur, en het werd gegeven door drs. J. van Meurs. Ik herinner me daarvan zijn wat hese stem, zijn ernst, en het boekje van John Burgess Wilson dat we moesten bestuderen. Jos, zoals ik hem later leerde noemen, was in 1961 lid geworden van het docentencorps van het Anglistisch Instituut. Hij had toen al een veelbewogen leven achter zich, waarvan ik pas iets gewaar werd toen hij jaren later werd uitgenodigd een autobiografisch stukje te schrijven voor het afdelingskrantje, Icebreaker.

Evenals een aantal van zijn collega’s was hij geboren en opgegroeid in toenmalig Nederlandsch Indië, een plek waaraan hij veel onvergetelijke herinneringen bewaarde. Zijn vader beheerde een afgelegen rubberplantage bij Kisaran op Noord-Sumatra, en Jos had er als speelkameraad alleen een oudere broer. Tijdens de Japanse bezetting en de nasleep ervan woonden de twee zoons bij wat Jos noemde “een nominaal pleeggezin” in Nederland, waar ze naar toe waren gestuurd voor hun middelbare opleiding. Maar de ouders waren achtergebleven en ervoeren wat zoveel Indische Nederlanders toen meemaakten. Voor Jos waren die jaren uiteraard ook traumatisch.

Na het Gymnasium werkte hij een tijd op kantoren van diverse ondernemingen, waar hij de Engelse correspondentie verzorgde. Toen hij de kans kreeg een universitaire studie te volgen begon hij met natuur- en scheikunde, maar daarin vond zijn wijsgerig ingestelde intellect geen bevrediging. Hij stapte over naar Engels, met Spaans en Filosofie als bijvakken. Als Harting scholar bracht hij een jaar in Schotland door, waar hij veel bergwandelingen maakte, een liefhebberij die hij later deelde met zijn gezin.

Terug op de arbeidsmarkt doceerde hij Engels in het middelbaar onderwijs, later ook bij de opleiding van MO-docenten. Aan de universiteit van Groningen werden destijds naast het academische traject ook een aantal MO-cursussen verzorgd, en zo belandde Jos op het Anglistisch Instituut, zoals de afdeling Engels toen heette. Onder het hoogleraarschap van David Wilkinson ging hij weldra ook academische colleges literatuur verzorgen. Hij was inmiddels getrouwd met Netty Teeuwen, en ze kregen drie kinderen.

In de bestudering van literatuur kon Jos natuurlijk veel van zijn spirituele belangstelling uitleven, bijvoorbeeld in de profetische geschriften van William Blake. Daarnaast werd hij geboeid door de leer van de Zwitserse psycholoog Carl Jung. Dat was niet zomaar een hobby van hem. Toen ik een tijd met een burnout thuis zat schreef hij me, in een welkome brief:

“Ongeveer op jouw leeftijd ging ik door een periode in mijn leven dat ik het niet meer zag zitten. Later heb ik van Jung geleerd dat een geestelijke crisis niets ongewoons is en in feite een teken kan zijn van psychische groei in wat Jung het ‘individuatieproces’ noemt, i.e. ‘jezelf’ vinden. Dat was ’n heel troostende gedachte.”

Die opvatting is nu gemeengoed, maar was destijds opmerkelijk, en ook voor mij troostend. Hoezeer Jos’ literaire visie met Jungiaanse ideeën was verweven bleek toen hij samen met een docent van Duits de werkgroep Literatuur en Psychologie oprichtte. En zijn academische proefschrift (1988) was een kritische bibliografie van Jungiaanse literatuurkritiek.

Als docent en collega was Jos bescheiden maar consciëntieus en zeer aanspreekbaar, en speelde hij een onopvallende maar belangrijke rol. Omdat de twee hoogleraren op de afdeling elkaar niet lagen bleven veel coördinatie- en beleidstaken voor anderen liggen. Zo heeft er een tijdlang de “commissie BMW” gefunctioneerd, bestaande uit Bert Wedema namens de sectie MTK, Gerrit Bunt namens OTL, en Jos namens MLK, een commissie die samen met Jan Posthumus zorg droeg voor het praktische reilen en zeilen van de afdeling.

Jos’ proefschrift was behalve de kroon op zijn werk ook de afsluiting ervan: rond 1988 maakte hij gebruik van de zogenaamde VUT-regeling. Hij is zich toen naast het Jungiaanse gedachtegoed gaan verdiepen in het Boeddhisme. Op 92-jarige leeftijd eindigde wat zijn nabestaanden beschrijven als “zijn niet aflatende spirituele en intellectuele speurtocht naar de zin en betekenis van het leven”. Hij is in besloten kring gecremeerd.

Een gedachte over “In memoriam Jos van Meurs

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *